Online photo albums, upload pictures, online photo gallery, share photos
English  Nederlands  Français  Español  Português  Italiano
Down under in Tasmania - 2005
 
Reeds enkele jaren trek ik voor de winter, samen met de vogels naar het zuiden....het verre zuiden. Nee, niet naar Egypte, maar naar de andere kant van onze aardbol....Tasmanië. Helaas niet als reisuitstapje, maar wel in het kader van het bijwonen van de jaarlijkse CCAMLR-vergaderingen (zie http://www.ccamlr.org/default.htm).
 
Tasmanië is een vreemd land met vele biologische relicten, zoals buideldieren, eierleggende zoogdieren en prachtige boomvarens. Maar ook onderwater heeft deze streek heel wat te bieden. Het klimaat is er ongeveer hetzelfde als bij ons, maar doordat het eiland in de pas ligt van de "Roaring Forties" is het weer sterk veranderlijk en kan men letterlijk van "Four seasons in One Day" spreken.  De watertemperatuur in de lente (tegengestelde seizoen als bij ons) is een gezellige 12°C.
 
Digitaal - Sony P120 met YS60 + YS90D
 
 
 
Hobart is de hoofdstad van Tasmanië en ligt tussen de steile hellingen van Mount Wellington (1270 m) en de Derwent River.
 
 
Belangrijk voor de ontwikkeling van Hobart was het Derwent River estuarium, waardoor deze stad tot één van de mooiste natuurlijke diepwater havens kan gerekend worden. Het werd dan ook in de 19e eeuw een belangrijk commercieel centrum met centraal de walvisvangst.
 
 
Stille getuigen uit dat verleden zijn de prachtige warenhuizen opgetrokken uit zandsteen aan Salamanca Place en de kleurrijke huisjes van Battery Point. Salamanca Place is hedendaags een belangrijke uitgangsbuurt en de marktplaats op zaterdag.
 
 
 
 
Hoewel er meerdere duikcentra zijn in Tasmanië, keer ik steeds terug naar dezelfde stek, het Eaglehawk Dive Center (http://www.eaglehawkdive.com.au/) onder leiding van Mick Baron en Gary Myors, met als medewerkers David Perkins en Karen Gowlett-Holmes (mariene biologe en gerenomeerd onderwaterfotografe, o.a. voor National Geographic). Een zeer sterk team en een voorbeeld van de Australische gastvrijheid.
 
 
Een beetje vreemd is de ligging van het duikcentrum, namelijk een heel eind de heuvel op en de boot wordt steeds meegenomen.
 
 
Maar die ligging zorgt ook voor een prachtig uitzicht over Pirate Bay wanneer er niet gedoken wordt.
 
 
Handig is ook de duiklodge. De accomodatie is simpel met 3 kamers met elk 8 stapelbedden, woonkamer en keuken. Het eten moet je zelf meebrengen, maar de keuken heeft een gasfornuis en oven, een microgolfoven en buiten staat een BBQ. Er zijn tevens twee badkamers voorzien, elk met een toilet en een douche.
Het duikcentrum zelf heeft ook een keuken en woonkamer, met een zeer uitgebreide bibliotheek.
 
 
 
 
De boot wordt steeds te water gelaten in Pirate Bay (Foto). Van hieruit gaat het ofwel noordwaarts, naar o.a. Twin Peaks en the Sisters, ofwel zuidwaarts naar Water Fall Bay, Fortesque Bay of nog verder.
 
 
 
 
 
 
Onze eerste duik is een diepe duik en doen we aan "The Tumbs". Dit zijn enkele rotsen juist buiten en ten noorden van Fortesque Bay (Foto). De zichtbaarheid is hier uitstekend en de duik is vrij spectaculair, met een diepe dropoff aan de kant van de oceaan. Hier treffen we grote scholen Vlinderbaarzen en Bastard Trumpeters aan. Aan de voet van de dropoff treffen we een prachtige tuin aan met geweisponzen en Pluimgorgonen.
 
 
Bij het afdalen langs de dropoff valt meteen de gele wand op. Duizenden Gele korstanemonen (Parazoanthus species) bekleden de volledige wand. Deze soort groeit bovenop korstvormige sponzen en komt voornamelijk voor op donkere plaatsen, waar deze niet moet concureren voor plaats met wieren.
 
 
De Gebande morwong (Cheilodactylus spectabilis) is een veel voorkomende soort in dieper water rond Tasmanië. Deze soort houdt zich voornamelijk op rond en in grotten.
 
 
De Velvet leatherjacket (Meuschenia scaber) heeft een karakteristieke tekening op de kop. De strepen lopen radiaal weg van het oog. Deze soort is vrij agressief en durft wel eens een duiker bijten.
 
 
Aan de voet van de dropoff vinden we een bos van geweisponzen in de meest uiteenlopende kleuren.
 
 
Op grote diepte manoeuvreert een Geringde kogelvis (Omegophora armilla) zich behendig tussen de vele geweisponzen.
 
 
Bij het aanschouwen van de Pluimgorgonen waant men zich in de tropen, toch stijgt de temperatuur van de wateren hier zelden boven de 18°C.
 
 
De Vlinderbaars (Caesiperca lepidoptera) heeft een roos-oranje lichaam met op de achterzijde een zwarte vlek. Leven in grote scholen aan de rand van de dropoff, waar ze zich voeden met plankton.
 
 
De Bastard trumpeter (Latridopsis forsteri) is de enige van de vier soorten die regelmatig wordt waargenomen door duikers. Belangrijke commerciële soort.
 
 
Naast geweisponzen komen nog andere vormen voor, zoals deze waaiervormige spons, waarbij de oculae op de rand van de schijf staan (vermoedelijk een Mycale soort).
 
 
 
 
 
 
Voor onze tweede duik hebben we gekozen voor Little Waterfall Bay. Dit is juist om de hoek bij Waterfall Bay (foto). Waterfall Bay is een zeer mooie duikstek, niet alleen vanwege het prachtige uitzicht op het neerklaterende water van de waterval, maar ook omdat hier grote hoeveelheden kelpwier voorkomt met daartussen de “weedy seadragon” (Phyllopteryx taeniolatus).
 
 
Ook hier zijn de wanden volledig begroeid met velden Gele korstanemoontjes (Parazoanthus sp.) en sponzen in allerlei vormen en kleuren.
 
 
 
 
Tijdens onze afdaling in Little Waterfall Bay schiet plots een torpedo voorbij, alleen een spoor van kleine belletjes achterlatend. Eindelijk! Een Australische pelsrob mogen aanschouwen van dichtbij en dan nog onderwater. Een droom wordt werkelijkheid. Maar het dier verdwijnt zo vlug, als het gekomen is. Deze duik kan zowiezo niet meer stuk.
 
 
Agrobuccinium pustulosum is, zoals zijn naam doet vermoeden, een nauwe verwant aan onze Wulk. Het is een kleine tritonhoorn met een afgeronde schelp, een wit operculum en dunne donkerbruine strepen. Komt voornamelijk voor langs de oostkant van Tasmanië, maar is niet talrijk.
 
 
 
 
Phlyctenactis australis is één van de grootste anemoonsoorten in Zuid-Australische wateren. Deze soort lijkt sterk op Ph. tuberculosa (Zwemmende anemoon), maar blijft vast op het rif zitten en de kolom is bezet met witte wratachtige knobbels. De Zwemmende anemoon kan zich daarentegen zeer snel voortbewegen door enerzijds te kruipen en anderzijds door zich te laten meedrijven met de zeestromingen. Deze laatste soort komt meestal voor op grote wieren.
 
 
 
 
Tijdens het maken van onze trap zie ik in de verte een Sepia apama voorbij zweven. Het fototoestel wordt opnieuw ontplooid en de fotojacht kan terug beginnen. Helaas wil het dier niet zo goed meewerken en de duik was toch al geëidigd.
 
 
Na een duik van een uurtje steken we onze hoofden juist naast de boot boven water. Alle andere duikers zijn reeds aanwezig en wijzen duidelijk opgewonden naar de steile rotswand achter ons. We draaien ons om en zien onze vriend daar spelen tussen het zeewier. Ho maar, wij komen meespelen…. nog eens twintig minuten later klauteren we tevreden op de boot.
 
 
Na een gezellige BBQ, een "bijna echt live" optreden van de Red Hot Chili Pepers en een goede nachtrust, begeven we ons naar Deep Glen Bay (foto toont de zuidkant van de baai) voor een diepe duik aan de North Wall. Hier daalt een rif af naar een diepte van meer dan 40m.
 
 
De wanden van North Wall zijn dicht begroeid met Juweelanemoontjes (Corynactis australis). Deze soort komt in verschillende kleuren voor en soms worden de verschillende kleurvormen vlak naast elkaar gevonden.
 
 
 
 
 
 
De Zuiderse langoest (Jasus edwardsii) wordt gekenmerkt door de twee lange stekels naast de ogen. De kleur varieert van oranje-rood (in ondiep water) tot roodpurper (in diep water) en wordt meestal gevonden tussen de rotsspleten. Het is een zeer belangrijke commerciële soort voor Australië met een TAC van om en bij de 5000 ton.
 
 
De Jackass morwong (Nemadactylus macropterus) heeft een zilverachtige kleur en is gemakkelijk te herkennen aan de vlek als een maansikkel juist achter de kop. Verder heeft deze soort afgeronde en lichte punten aan de staartvin. Wordt meestal aangetroffen in wateren dieper dan 50 m.
 
 
De Rode poonbaars (Helicolenus percoides) is lid van de familie der Schorpioenvissen. Dat betekent dat de eerste rugvinsstekels giftig zijn. Karakteristiek voor deze soort zijn de vier rode banden en de weinige stekels op de wangen.
 
 
 
 
Nog zo’n groep van dieren die in Tasmanië de meest uiteenlopende vormen en kleuren hebben ontwikkeld, zijn de Zakpijpen. Hier zien we Clavelina cylindrica, waarbij de kolonie uitgroeit als een tros druiven. De zoieden hebben een lichtblauw transparante kleur.
 
 
Onze volgende duik maken we bij Twin Peaks, ten zuiden van Deep Glen Bay. Deze duiklocatie wordt gekenmerkt door een "bommy", een 20 m hoge rots, waarvan de top 4 m onder water ligt. Hier zijn ook de Sundial Caves gelegen, een netwerk van kleine scheuren en tunnels in de rots. Zeer impressionant is de 6 m wijde barst in de rots, dat bovenaan bedekt is met grote rotsblokken en uitmondt in een groot granieten amphitheater.

De oranje kleur van de rotsen boven water wordt veroorzaakt door de groei van zoutminnende korstmossen, Caloplaca species.
 
 
Tot ongeveer 15 m is er een uitbundige groei van allerhande wieren, zoals het bruinwier Cystophora platylobium. Deze wiersoort heeft een karakteristieke zigzagvormige vertakking. Het is een dominante soort in Tasmaanse wateren en wordt er beschouwd als de Eucalyptus van de zee. De blaasjes zorgen er voor dat het geheel rechtop wordt getrokken in de waterkolom.
 
 
Ook het Gewone kelpwier (Ecklonia radiata) groeit hier volop.
 
 
Tussen de wieren vinden we een Dambordhaai (Cephaloscyllium laticeps). Het is een trage en volledig ongevaarlijke haaiensoort, welke nauw verwant is aan onze Hondshaai. De soort heeft een opblaasbare maag en wordt daarom ook wel eens Zwelhaai genoemd.
 
 
Gymnangium suberbum is een hydroidkolonie die grote pluimen vormt. De kleur is goudbruin en de kolonies groeien op rotswanden.
 
 
De Witoor juffer (Parma microlepis) is gemakkelijk te onderscheiden van de andere hier levende juffersoorten door de aanwezigheid van een witte plek op de achterkant van de kop. Het is één van de meest zuidelijk levende juffersoorten.